Herfstfotografie tips voor betere foto’s in het bos
Tekst en foto’s: Ellen van den Doel
De herfst is een van de meest fotogenieke periodes van het jaar, maar een goede herfstfoto ontstaat niet vanzelf omdat er veel kleur is. Zeker in het bos is het juist lastig om rust in een beeld te krijgen. Boomstammen lopen door elkaar, lichte bladeren trekken aandacht en er is vaak veel detail in zowel de voorgrond als de achtergrond. De kunst is daarom niet om zoveel mogelijk herfst in één foto te stoppen, maar om bewust te kiezen wat je wilt laten zien. Licht, standpunt, brandpuntsafstand, sluitertijd en het juiste moment maken daarbij een veel groter verschil dan alleen de hoeveelheid gekleurde bladeren.
Fotografeer de herfst op verschillende momenten
De herfst is geen korte periode waarin alles tegelijk geel, oranje en rood wordt. Verschillende boomsoorten verkleuren op verschillende momenten en ook het weer heeft invloed op hoe snel bladeren verkleuren en vallen. Daardoor kan hetzelfde bos binnen een paar dagen compleet veranderen. Aan het begin van de herfst zie je vaak nog veel groen tussen de eerste gele en oranje bladeren. Juist dat kleurcontrast kan interessant zijn. Tijdens de piek ligt de nadruk meer op volle boomkronen en later in het seizoen worden de stammen en de bosbodem steeds belangrijker.
Het kan daarom lonen om dezelfde locatie meerdere keren te bezoeken. Een compositie die vandaag te druk is, kan een week later veel beter werken doordat een deel van het blad is verdwenen. Andersom kan een boom die vandaag nog grotendeels groen is enkele dagen later ineens het opvallendste onderdeel van het bos zijn. Wacht dus niet alleen op dat ene vermeende perfecte herfstweekend.

Zorg voor rust in een druk bos
Een bos bevat bijna altijd meer informatie dan je in eerste instantie ziet. Wanneer je ergens staat, richten je ogen zich vanzelf op de mooie gele boom of het pad voor je. De camera registreert ondertussen ook alle takken, lichte openingen en halve boomstammen aan de rand van het beeld. Kijk daarom voordat je fotografeert eerst wat het hoofdonderwerp van je foto is. Dat kan één boom zijn, een groep stammen, een pad, een lichte plek of juist een combinatie van kleuren.
Controleer daarna welke elementen daarvan afleiden. Een paar stappen opzij kan al genoeg zijn om twee stammen beter van elkaar los te krijgen of een opvallende lichte plek achter een boom te laten verdwijnen. Kijk ook goed naar de randen en hoeken van je beeld. Daar zitten vaak de elementen die je pas thuis op een groter scherm ziet. Juist bij bosfotografie maakt een kleine verandering van standpunt vaak meer verschil dan een compleet andere locatie.
Gebruik niet automatisch een groothoeklens
Een groothoeklens lijkt een logische keuze voor landschapsfotografie, maar in een bos kan een groothoek juist extra drukte opleveren. Je neemt veel bomen, takken en bladeren mee, terwijl er vaak geen duidelijke voorgrond is die het beeld bij elkaar houdt. Een langere brandpuntsafstand is daarom vaak erg bruikbaar voor herfstfotografie.
Met bijvoorbeeld een 70 tot 200 mm kun je een kleiner gedeelte van het bos selecteren en storende elementen buiten beeld houden. Door de smallere beeldhoek komen verschillende boomlagen bovendien visueel dichter bij elkaar te liggen. Dat kan vooral bij mist of een bos met veel rechte stammen goed werken. Ook een middengebied tussen groothoek en tele is interessant. Maak op een goede plek daarom niet alleen een overzicht, maar probeer ook een kleinere uitsnede en een detail. Vaak blijkt thuis dat de rustigere uitsnede uiteindelijk sterker is.

Gebruik bewolking en zon ieder op een andere manier
Voor herfstfotografie hoef je niet uitsluitend op mooi ochtend- of avondlicht te wachten. Een bewolkte dag kan juist erg geschikt zijn voor bosfotografie. Het licht is gelijkmatiger en het verschil tussen donkere stammen en lichte bladeren blijft beter beheersbaar. Zeker na regen komen kleuren onder bewolkte omstandigheden vaak mooi naar voren.
Zonlicht geeft een heel ander resultaat. Wanneer de zon door gele of oranje bladeren schijnt, kunnen deze bijna oplichten. Het contrast wordt daarbij wel snel groot. Donkere delen van het bos kunnen diep wegvallen terwijl kleine openingen tussen de bomen erg licht worden. Probeer in zo’n situatie niet altijd het hele bos gelijkmatig belicht te krijgen. Soms werkt het juist goed om één verlicht gedeelte van het bos de hoofdrol te geven en de omgeving donkerder te laten.
Fotografeer tijdens en na regen
Regen verandert het karakter van een bos, niet alleen nadat de bui voorbij is. Ook terwijl het regent kan het bos erg sfeervol zijn. De regen en vochtige lucht verlagen het contrast tussen bomen die verder weg staan. Daardoor worden de verschillende lagen beter van elkaar gescheiden, een effect dat enigszins vergelijkbaar is met mist. Vooral met een wat langere brandpuntsafstand kun je die separatie goed benutten. Donkere stammen op de voorgrond blijven duidelijk, terwijl bomen verder naar achteren zachter en lichter worden.
Na regen worden boomstammen donkerder, bladeren krijgen meer glans en de kleuren lijken vaak verzadigder. Dat extra verschil tussen donkere stammen en gekleurde bladeren kan helpen om meer structuur in je foto te krijgen. Een polarisatiefilter kan nuttig zijn om reflecties op natte bladeren te verminderen. Draai het filter niet automatisch naar de sterkste stand, maar kijk tijdens het draaien wat er in het beeld gebeurt. Reflecties zijn namelijk niet altijd ongewenst. Een beetje glans kan juist helpen om vorm en structuur in bladeren zichtbaar te houden.
Wil je meer weten over filters, statieven, lenzen en andere spullen die handig zijn in deze periode, lees dan ook Wat heb je nodig voor herfst fotografie?.

Controleer het RGB-histogram bij felle herfstkleuren
Rode, oranje en gele bladeren kunnen behoorlijk verzadigd zijn. Daardoor kan één kleurkanaal al tegen zijn maximale waarde aanlopen terwijl de algemene belichting nog goed lijkt. Vooral rode herfstbladeren kunnen hier gevoelig voor zijn.
Als je camera een RGB-histogram kan tonen, controleer dit dan bij scènes met sterke herfstkleuren. Het gewone histogram laat vooral de algemene helderheid zien, terwijl je in het RGB-histogram kunt zien of bijvoorbeeld het rode kanaal al tegen de rechterkant staat. Wanneer een kleurkanaal volledig is uitgebeten, kunnen fijne kleurverschillen en details verloren gaan. Een iets donkerdere opname kan daarom soms meer informatie behouden dan een opname die op het eerste gezicht precies goed belicht lijkt.
Houd de witbalans onder controle
De automatische witbalans probeert een opname neutraal weer te geven. Dat werkt meestal prima, maar bij herfstfotografie kan de camera warme kleuren soms sterker corrigeren dan je wilt. Fotografeer je in RAW, dan kun je de witbalans later aanpassen, maar het is verstandig om tijdens het fotograferen al te controleren hoe de kleuren worden weergegeven.
Vergelijk bijvoorbeeld automatische witbalans eens met daglicht of een vaste kleurtemperatuur. Let er daarbij op dat warmer niet automatisch mooier betekent. Wanneer geel, groen en oranje allemaal richting dezelfde warme tint verschuiven, verlies je juist het kleurverschil dat een herfstfoto interessant kan maken.
Gebruik mist om lagen in het bos zichtbaar te maken
Mist is bijzonder geschikt voor bosfotografie omdat het de achtergrond rustiger maakt. Bomen die verder weg staan worden lichter en verliezen contrast. Daardoor ontstaan duidelijke lagen tussen voorgrond en achtergrond, iets wat in een gewoon dicht bos vaak lastig zichtbaar te krijgen is.
Met een langere brandpuntsafstand kun je dit effect versterken. Zoek bijvoorbeeld naar donkere stammen op de voorgrond en lichtere lagen daarachter. Let bij mist wel goed op je belichting. Een camera kan een lichte mistige omgeving te donker weergeven. Controleer daarom het histogram en voorkom dat de hele opname onnodig grijs en donker wordt.

Pas de sluitertijd aan op de wind
Bij bosfotografie wordt veel aandacht besteed aan scherptediepte, maar de beweging van bladeren is minstens zo belangrijk. Op een windstille ochtend kun je zonder problemen met langere sluitertijden werken. Zodra het waait, kunnen bladeren bij een relatief korte belichting al zichtbaar bewegen.
Bepaal daarom eerst welk effect je wilt. Met een kortere sluitertijd kun je bladeren scherp houden. Een langere sluitertijd kan juist interessant zijn wanneer je beweging wilt laten zien en de vaste boomstammen scherp blijven. Maak bij twijfel meerdere opnamen met verschillende sluitertijden. Het verschil tussen bijvoorbeeld 1/60 seconde, 1/4 seconde en één seconde kan groot zijn. Zo kun je achteraf kiezen welke hoeveelheid beweging het beste bij de foto past.
Fotografeer ook wanneer veel bladeren al gevallen zijn
Veel fotografen richten zich vooral op het moment waarop de bomen volledig in herfstkleur staan. Toch kan de periode daarna minstens zo interessant zijn. Zodra een groot deel van de bladeren is gevallen, ontstaat er meer ruimte tussen de stammen en wordt de structuur van het bos beter zichtbaar. Tegelijkertijd ligt er vaak een dik gekleurd bladerdek op de grond.
Ook kleine groepjes bladeren kunnen dan interessant worden. Een paar gele bladeren tegen een donkere achtergrond kunnen meer aandacht krijgen dan tijdens de piek, wanneer het hele bos vol kleur zit. Het loont daarom om ook later in het seizoen nog terug te gaan.
Gebruik kleur gericht in je compositie
Een goede herfstfoto hoeft niet alle herfstkleuren tegelijk te bevatten. Rood, geel, oranje en groen kunnen samen mooi zijn, maar wanneer iedere kleur even sterk aanwezig is wordt het beeld al snel druk. Zoek daarom naar een duidelijke verdeling.
Een gele boom tussen overwegend groene bomen kan bijvoorbeeld veel sterker opvallen dan een compleet geel bos. Hetzelfde geldt voor een paar oranje bladeren in een donkere omgeving. Kijk ook tijdens de nabewerking goed naar die onderlinge kleurverhouding. Alleen de verzadiging verhogen maakt niet automatisch een betere herfstfoto. Vaak werkt het beter om gericht te bepalen welke kleur belangrijk is en andere kleuren iets rustiger te houden.

Maak ook kleinere landschappen
Herfstfotografie hoeft niet altijd een compleet bos te laten zien. Een paar boomstammen, een kleine groep bladeren, varens tussen gevallen blad of een reflectie in het water kunnen genoeg zijn voor een sterke foto. Door kleiner te kijken, heb je minder elementen die met elkaar concurreren en wordt het eenvoudiger om een duidelijke compositie te maken.
Een goede oefening is om op één plek drie verschillende foto’s te maken zonder verder te lopen. Begin met een overzicht, maak daarna een kleinere uitsnede en zoek vervolgens naar een detail. Je wordt daardoor gedwongen om beter te kijken naar vormen, kleuren en structuren in plaats van alleen de hele omgeving vast te leggen.

Paddenstoelen vragen om een andere aanpak
Paddenstoelen horen natuurlijk ook bij de herfst, maar de manier van fotograferen is heel anders dan bij een boslandschap. Standpunt, achtergrond, scherptediepte en de plaats waar je scherpstelt zijn daarbij veel belangrijker. Daarom behandelen we dat onderwerp apart in 10 tips voor het fotograferen van paddenstoelen.
Neem de tijd voor je compositie
Bij herfstfotografie is het verleidelijk om tijdens een wandeling steeds verder te zoeken naar nog mooiere kleuren. Toch levert langer kijken op één goede plek vaak meer op. Probeer een andere hoogte, verplaats jezelf een paar meter, wissel van brandpuntsafstand en kijk welke elementen je kunt weglaten. Juist in een bos zit het verschil tussen een druk beeld en een sterke foto vaak in kleine aanpassingen.
De beste herfstlocatie is daarom niet automatisch het bos met de meeste kleur. Een locatie waar licht, kleur, lijnen en boomstammen goed te ordenen zijn, geeft meestal veel meer mogelijkheden.
Het fotograferen in een bos kan lastig blijven. Daarom organiseren we regelmatig een workshop bosfotografie.


Laat een reactie achter