Fotograferen in serie
Tekst en foto’s: Ellen van den Doel
Een foto kan prima op zichzelf staan, maar soms worden beelden sterker wanneer je ze naast elkaar zet. Foto’s kunnen elkaar aanvullen en samen meer laten zien dan één losse opname. Denk bijvoorbeeld aan een serie van een stad of dorp. Een overzichtsfoto laat zien waar je bent, terwijl foto’s van een straat, gevel, detail of persoon meer vertellen over de plek. Samen vormen die beelden een completer verhaal.
Fotograferen in serie helpt ook om gerichter te werken. In plaats van alleen op zoek te gaan naar losse mooie beelden, kijk je naar wat je nog nodig hebt om een reeks compleet te maken. Dat kan ervoor zorgen dat je op een locatie anders gaat kijken en foto’s maakt die je normaal misschien niet zou maken.
Wat is een serie
Een serie is meer dan een verzameling foto’s die toevallig bij elkaar passen. Er zit een duidelijke samenhang tussen de beelden. Dat kan het onderwerp zijn, maar ook kleur, licht, vorm, perspectief, locatie of manier van fotograferen.
Zo’n serie hoeft helemaal niet in één fotosessie gemaakt te worden. Soms ontstaat een reeks binnen een uur, maar je kunt er net zo goed maanden of zelfs een jaar aan werken. Je kunt bijvoorbeeld regelmatig terugkeren naar dezelfde locatie en daar gedurende een langere periode fotograferen. Je kunt ook steeds een bepaald type landschap zoeken of langere tijd aan één onderwerp werken. De plek blijft hetzelfde, maar licht, weer en seizoen veranderen. Dat levert verschillende beelden op die toch duidelijk bij elkaar horen. In het artikel Terug naar hetzelfde landschap lees je meer over wat vaker fotograferen op één locatie kan opleveren. Doordat je steeds met hetzelfde thema bezig bent, ga je na verloop van tijd ook beter zien wat wel en niet binnen de serie past.
Bij een dorp of stad kun je bijvoorbeeld een serie maken met een overzicht, een straat, een gevel, een winkel, een detail van een deur en iemand op straat. Niet iedere foto hoeft afzonderlijk heel opvallend te zijn. Sommige beelden werken goed omdat ze context geven en andere foto’s binnen de serie aanvullen.



Variatie of herhaling
Binnen een serie kun je bewust voor variatie kiezen. Je kunt bijvoorbeeld overzichtsfoto’s afwisselen met kleinere onderwerpen en details. Bij een kustlocatie kan dat een overzicht van de kustlijn zijn, gevolgd door rotsen, patronen in het zand en structuren in een rotswand. In een bos kun je hetzelfde doen met het landschap, bomen en details van bladeren, mos of schors.
Maar variatie is zeker geen voorwaarde. Door iets steeds op ongeveer dezelfde manier te fotograferen kan juist een sterke samenhang ontstaan. Denk aan een serie gevels die allemaal recht van voren zijn gefotografeerd, deuren met steeds dezelfde uitsnede of rotsstructuren die met dezelfde brandpuntsafstand zijn vastgelegd. De herhaling in standpunt, compositie of onderwerp maakt dan duidelijk dat de beelden bij elkaar horen.
Beide manieren kunnen goed werken. Het hangt vooral af van wat je met de serie wilt laten zien. Bij een verhaal over een locatie is afwisseling vaak nuttig. Bij een serie die draait om vorm, patronen of vergelijking kan een consequente aanpak sterker zijn.
Abstracte series
Een fotoserie hoeft niet altijd een locatie of gebeurtenis te laten zien. Je kunt ook een serie maken rond kleur, vorm, structuur of herhaling. Rotsformaties zijn daar een goed voorbeeld van. Met een langere brandpuntsafstand kun je kleine delen uit een landschap halen en zoeken naar lijnen, lagen en kleurvlakken. Eén zo’n foto kan interessant zijn, maar meerdere beelden met dezelfde benadering kunnen samen veel sterker werken.
Hetzelfde kun je doen met golven, zandstructuren, reflecties, architectuur, ijs, bladeren of andere onderwerpen waarin patronen zitten. Soms zoek je daarbij bewust naar verschillen, soms juist naar beelden die qua compositie en uitsnede sterk op elkaar lijken. Het verband tussen de foto’s is uiteindelijk belangrijker dan de hoeveelheid afwisseling.




Werk met een plan
Een serie hoeft niet volledig vooraf bedacht te zijn, maar een eenvoudig plan helpt wel. Je kunt jezelf bijvoorbeeld als opdracht geven om op een locatie een reeks te maken waarin overzicht, kleinere onderwerpen en details voorkomen. Je kunt ook vooraf een thema kiezen, zoals verweerde structuren, lijnen, reflecties, één bepaalde kleur of menselijke invloed in het landschap.
Zo’n opdracht geeft richting tijdens het fotograferen. Zeker op een nieuwe locatie is dat handig. Zonder plan ga je vaak automatisch op zoek naar onderwerpen die je mooi vindt of die meteen opvallen. Door vooraf iets af te spreken met jezelf, kijk je ook naar andere onderwerpen en composities.
Het hoeft daarbij niet ingewikkeld te worden. Een plan is vooral een hulpmiddel. Als je onderweg iets tegenkomt dat niet binnen je oorspronkelijke idee past maar wel interessant is, fotografeer je dat natuurlijk gewoon. Soms ontstaat daaruit weer een nieuwe serie.
Uit je routine
Iedere fotograaf ontwikkelt na verloop van tijd vaste voorkeuren. Misschien werk je graag met een groothoek, fotografeer je meestal landschappen of zoek je vooral naar details. Bij het maken van een serie merk je snel wanneer je steeds dezelfde keuzes maakt.
Een serie kan je daardoor stimuleren om dingen te proberen die je normaal minder snel zou doen. Misschien heb je al verschillende brede landschapsfoto’s en merk je dat een detail nog ontbreekt. Of je hebt veel close-ups, maar nog geen beeld dat laat zien waar het onderwerp zich bevindt. Dat kan een reden zijn om een ander objectief te pakken, van standpunt te veranderen of een onderwerp op een andere manier te benaderen.
Het kan zelfs betekenen dat je überhaupt gaat fotograferen terwijl je dat anders niet zou doen. Wanneer je langere tijd aan een bepaald project werkt, ben je bewuster op zoek naar beelden die binnen dat onderwerp passen. Op een grijze dag, tijdens een gewone wandeling of op een plek waar je normaal je camera niet snel uit de tas zou halen, kun je ineens iets zien dat precies binnen je serie past.
Daarom is fotograferen in serie ook een goede oefening. Je kijkt met een duidelijker doel en bent soms bereid om onderwerpen of omstandigheden te fotograferen die je normaal voorbij zou lopen.




Samenhang
Wanneer foto’s naast elkaar worden getoond, vallen overeenkomsten en verschillen sneller op. Dat geldt bijvoorbeeld voor kleur, contrast en witbalans. Foto’s hoeven niet precies hetzelfde bewerkt te zijn, maar grote verschillen kunnen ervoor zorgen dat een serie minder goed bij elkaar past.
Let daarom tijdens het fotograferen al op wat de beelden met elkaar verbindt. Dat kan een terugkerende kleur zijn, vergelijkbaar licht, een vaste uitsnede of steeds dezelfde manier van componeren. Tijdens de nabewerking kun je die samenhang verder versterken.
Ook de keuze van formaat kan een rol spelen. Een serie met alleen liggende beelden oogt anders dan een reeks waarin liggende en staande foto’s door elkaar staan. Daar is geen vaste regel voor, maar het is wel iets om tijdens het selecteren naar te kijken.
Selecteren
Een van de belangrijkste stappen komt vaak pas na het fotograferen. Bekijk de beelden niet alleen afzonderlijk, maar leg ze naast elkaar. Soms blijkt een foto die je los heel sterk vindt niet goed binnen de serie te passen. Misschien lijkt hij te veel op een andere foto of wijkt hij juist te sterk af.
Andersom kan een foto die je op zichzelf minder bijzonder vindt belangrijk zijn omdat hij context geeft of een overgang vormt tussen andere beelden. De beste serie bestaat daarom niet automatisch uit je beste losse foto’s.
Maak tijdens het fotograferen gerust meer beelden dan je uiteindelijk nodig hebt. Wil je bijvoorbeeld een serie van zes foto’s maken, zorg dan dat je genoeg keuze hebt. Bij een langer project kan het zelfs nuttig zijn om tussendoor regelmatig te selecteren. Je ziet dan welke beelden je al hebt en vooral wat er nog ontbreekt.
Oefenen
Wil je hiermee oefenen, kies dan voor je volgende fotosessie één duidelijk onderwerp. Maak bijvoorbeeld een serie van zes tot acht foto’s van een dorp, een stuk kust, een bos of een ander gebied. Je kunt daarbij bewust variëren tussen overzicht en detail, maar je kunt er ook voor kiezen om alle beelden volgens dezelfde aanpak te maken.
Een andere mogelijkheid is om een project voor een langere periode te kiezen. Fotografeer bijvoorbeeld een jaar lang hetzelfde onderwerp, dezelfde plek of een terugkerend patroon. Je hoeft dan niet iedere keer met een complete serie thuis te komen. Iedere fotosessie kan één of twee beelden opleveren die uiteindelijk onderdeel worden van het geheel.
Bekijk de foto’s regelmatig samen en vraag jezelf af welke beelden iets toevoegen en welke eigenlijk hetzelfde vertellen. Door vaker op die manier te werken, ga je tijdens het fotograferen vanzelf meer in series denken en kijk je bewuster naar wat verschillende beelden samen kunnen vertellen.


Laat een reactie achter